Hoe werkt de KNMI-regenradar?

Bijna iedereen in Nederland kijkt weleens op de buienradar voordat hij de deur uit gaat. Maar hoe weet zo'n kaart eigenlijk waar het regent? En hoe kan hij zeggen wat er over een uur gebeurt?

Twee radars voor heel Nederland

Het KNMI heeft twee weerradars. De ene staat in Den Helder, de andere in Herwijnen in de Betuwe. Samen kijken ze over heel Nederland, het grootste deel van België en een stuk van de Noordzee en Duitsland.

Een weerradar is een grote draaiende schotel. Hij stuurt korte pulsen radiogolven de lucht in. Komen die pulsen druppels tegen, dan kaatst een klein deel terug naar de radar. Uit de tijd die dat duurt, weet de radar hoe ver weg de neerslag is. Uit de sterkte van de weerkaatsing weet hij hoe hard het regent. De radar draait rond en scant ook op verschillende hoogtes, zodat hij een driedimensionaal beeld van de neerslag krijgt.

Elke vijf minuten een nieuwe kaart

Van al die metingen maakt het KNMI elke vijf minuten een neerslagkaart. Nederland is daarbij opgedeeld in vakjes van ongeveer een bij een kilometer. Voor elk vakje staat er hoeveel millimeter neerslag er per uur valt.

Die kaart is de basis van bijna elke regenapp in Nederland. Buienradar, Buienalarm en Droog Over gebruiken allemaal radardata van het KNMI. Het verschil zit in wat ze ermee doen.

Hoe de radar vooruit kijkt

Een radar meet alleen wat er nu is. Toch zie je op de buienradar ook de komende twee uur. Dat is een verwachting, en die werkt anders dan je misschien denkt.

Het KNMI kijkt hoe de buien de afgelopen tijd bewogen hebben: welke kant op en hoe snel. Die beweging wordt doorgetrokken. Een bui die nu boven Utrecht hangt en met veertig kilometer per uur naar het oosten trekt, staat over een half uur ongeveer boven Arnhem. Zo ontstaan de kaarten voor de komende twee uur, in stappen van vijf minuten.

Hoe betrouwbaar is de buienradar?

Voor het eerste halfuur is de verwachting meestal goed. Hoe verder vooruit, hoe minder zeker het wordt. Dat komt doordat buien niet alleen bewegen, maar ook veranderen. Een bui kan uitdoven, groter worden of op een plek ontstaan waar eerst niets was. Doortrekken kan dat niet voorspellen.

Vooral op warme dagen met onweer ontstaan buien snel en onverwacht. Op zulke dagen is een verwachting van een uur vooruit een stuk minder zeker dan bij een regenfront dat netjes van west naar oost over het land trekt.

Daarnaast mist de radar lichte motregen. De druppels zijn te klein en vallen te laag om goed gezien te worden. Daarover gaat een apart artikel: waarom je buienradar motregen mist.

Wat Droog Over anders doet

Een gewone buienradar laat zien wat er boven een plek gebeurt. Maar als je fietst, ben je niet op één plek. Na twintig minuten ben je vier of vijf kilometer verder.

Droog Over legt de radar daarom over je hele route, en kijkt naar de komende twee uur. Zo zie je of er ergens op je route regen valt terwijl je onderweg bent, en of het slimmer is om nu te gaan of even te wachten. Voor motregen kijkt de app ook naar de neerslagverwachting van het KNMI en naar weerstations in de buurt.

Weten of je droog aankomt? Droog Over legt de KNMI-radar over je hele route. Gratis, zonder account.

Download de app

Veelgestelde vragen

Waar staan de weerradars van het KNMI?

Het KNMI heeft twee weerradars: een in Den Helder en een in Herwijnen. Samen dekken ze heel Nederland en het grootste deel van België.

Hoe vaak wordt de buienradar ververst?

Elke vijf minuten. Dan maakt het KNMI een nieuwe neerslagkaart op basis van de laatste radarmetingen.

Hoe ver vooruit kijkt de buienradar?

Ongeveer twee uur, in stappen van vijf minuten. Hoe verder vooruit, hoe minder zeker de verwachting.

Waarom klopt de buienradar soms niet?

De verwachting trekt de beweging van buien door, maar buien veranderen ook: ze ontstaan, groeien of verdwijnen. Daarnaast ziet de radar lichte motregen vaak niet.

Meer lezen