Droog OverTrakteer op koffieDownload app

Hoeveel regen mist de radar? Vier maanden metingen

Een lege regenradar en toch nat aankomen. Bijna iedere fietser kent het. Wij wilden weten hoe vaak dat echt gebeurt. Daarom hebben we van 31 mei tot 5 oktober 2026 elke vijf minuten het KNMI-radarbeeld naast de metingen van KNMI-weerstations gelegd. Dit is wat eruit kwam.

Wat we hebben gemeten

We kozen veertien vaste punten verspreid over Nederland, van Lauwersoog en Den Helder tot Vlissingen, Maastricht en Winterswijk. Voor elk punt keken we twee dingen: wat de radar daar op dat moment liet zien, en wat het dichtstbijzijnde weerstation van het KNMI mat. Zo'n station meet met een regenmeter en een neerslagsensor, per tien minuten.

Een moment telt bij ons als nat als het station minstens 0,1 millimeter per uur meet. Zo tellen heel kleine sporen niet mee. De radar telt als nat zodra hij op dat punt iets anders dan droog laat zien.

De metingen liepen niet onafgebroken, want de computer die ze verzamelde stond niet altijd aan. In totaal gaat het om ongeveer 1.400 uur aan metingen, verspreid over 102 dagen, goed voor 233.211 vergelijkingen. Op 84 van die dagen viel er bij minstens één station meetbare neerslag.

Bijna vier op de tien natte momenten: radar leeg

De stations maten 11.382 keer minstens 0,1 millimeter per uur. In 38,9 procent van die gevallen liet de radar op dat punt helemaal niets zien.

Een deel daarvan is timing: een bui die net aankomt of net voorbij is. Daarom gaven we de radar tien minuten speling, naar voren en naar achteren. Ook dan bleef de radar in 24,7 procent van de natte momenten leeg, zonder enig kleurtje in een venster van twintig minuten.

Hoe lichter de neerslag, hoe vaker gemist

Het verschil per hoeveelheid is groot. Bij 0,1 tot 0,5 millimeter per uur, dus motregen en heel lichte regen, toonde de radar in 53,0 procent van de 4.723 metingen niets. Bij lichte regen van 0,5 tot 2 millimeter per uur was dat 33,6 procent (4.169 metingen). Bij 2 millimeter per uur of meer nog 21,2 procent (2.490 metingen).

Een deel van dat laatste getal komt door de afstand tussen meetpunt en station, die bij sommige punten ruim twintig kilometer is. Een bui kan het station raken en het punt net niet. Kijken we alleen naar de zes punten waar het station op hooguit ruim vijf kilometer ligt, dan zakt het aandeel gemiste zware neerslag naar 15,6 procent. Het aandeel gemiste motregen blijft daar juist even hoog: 55,4 procent. Dichterbij meten helpt dus bij buien, maar niet bij motregen. Dat past bij het beeld dat de radar motregen zelf slecht ziet, en dat het niet alleen aan onze opzet ligt.

Een op de drie natte uren is alleen motregen

Per uur bekeken vonden we 2.095 natte uren, opgeteld over alle punten. In 29,2 procent daarvan liet de radar het hele uur niets zien. 690 van die natte uren, een derde, waren uren met alleen motregen: het station kwam dat uur nooit boven 0,5 millimeter per uur. In 48,0 procent van die motregenuren bleef de radar het hele uur leeg.

In hoeveelheid water valt het mee. Ongeveer 23 procent van de neerslag die de stations registreerden, viel op momenten dat de radar leeg was. Motregen levert weinig millimeters op. Maar op de fiets gaat het erom of je nat aankomt, en een half uur motregen doet dat ook.

Waarom de radar dit mist

Kleine druppels geven een zwakke echo. Een radar meet hoeveel van zijn signaal terugkaatst, en dat neemt sterk toe met de druppelgrootte. Motregendruppels zijn zo klein dat er nauwelijks iets terugkomt.

De radar heeft een ondergrens. In de radardata die wij gebruiken, gaan de waarden in stapjes van 0,12 millimeter per uur. De kleinste waarde boven droog is dus 0,12. Alles wat de radar zwakker ziet, komt op de kaart als droog binnen.

De bundel kan over lage bewolking heen schieten. Motregen valt meestal uit een laag wolkendek. Omdat de bundel schuin omhoog gaat en de aarde rond is, kijkt de radar verder weg steeds hoger. In onze metingen misten de punten op meer dan tachtig kilometer van de KNMI-radars de motregen iets vaker dan de punten dichterbij (55,4 tegen 49,7 procent). Dat verschil is klein en komt grotendeels door één station, dus harde conclusies trekken we daar niet uit.

En andersom: radar nat, station droog

Het werkt ook de andere kant op. Van alle momenten waarop de radar regen liet zien, mat het station in 30,2 procent helemaal niets. Bij de laagste stap van 0,12 millimeter per uur was dat zelfs 47,1 procent, bij 2 millimeter per uur of meer 14,5 procent. Mogelijke oorzaken zijn regen die verdampt voordat hij de grond raakt, de rand van een bui die net naast het station valt, en kleine verschillen in tijd. Een lichtblauw vlekje op de radar is dus ook geen garantie dat je nat wordt.

Wat betekent dit voor jou op de fiets?

Een lege radar betekent vaak droog, maar niet altijd. Hangt er een laag, grijs wolkendek zonder duidelijke buien, dan houd je beter rekening met motregen, ook als de radar niets laat zien. Voor echte buien is de radar juist sterk: hoe harder het regende, hoe vaker hij het in onze metingen goed had.

Omdat de radar motregen zo vaak mist, kijkt Droog Over ook naar de neerslagkansen van het KNMI en naar weerstations in de buurt. Ziet de radar niets maar wijst de rest op motregen, dan meldt de app "mogelijk motregen" in plaats van "droog".

Meer over de achtergrond lees je in waarom je buienradar motregen mist.

De beperkingen van deze meting

Dit zijn veertien punten in één zomer en begin herfst, geen landelijk onderzoek. De afstand tussen meetpunt en station loopt van 0,2 tot 22,8 kilometer. Het station geeft een waarde per tien minuten, de radar per vijf minuten. Neerslagsensoren registreren soms heel kleine hoeveelheden die je nauwelijks merkt. Die sporen onder 0,1 millimeter per uur hebben we daarom niet als nat geteld. En omdat de metingen niet altijd liepen, zitten er overdag meer metingen in dan 's nachts. De radar- en stationsdata komen van het KNMI Data Platform, de bewerking is van Droog Over.

Weten of je droog aankomt? Droog Over legt de KNMI-radar over je hele route en houdt ook rekening met motregen. Gratis, zonder account.

Download de app

Veelgestelde vragen

Hoe vaak mist de regenradar regen?

In onze metingen van juni tot begin oktober 2026 liet de KNMI-radar in 38,9 procent van de momenten waarop een weerstation minstens 0,1 millimeter per uur mat niets zien. Met tien minuten speling was dat nog 24,7 procent.

Mist de radar vooral motregen?

Ja. Bij 0,1 tot 0,5 millimeter per uur toonde de radar in 53,0 procent van de metingen niets. Bij 2 millimeter per uur of meer was dat 21,2 procent, en vlak bij een station nog 15,6 procent.

Wat is de kleinste hoeveelheid die de radar laat zien?

In de radardata die wij gebruiken gaan de waarden in stapjes van 0,12 millimeter per uur. Wat zwakker is, komt op de kaart als droog binnen.

Betekent een lichtblauw vlekje op de radar dat het regent?

Niet altijd. Bij de laagste radarwaarde mat het station in onze metingen in 47,1 procent van de gevallen helemaal niets, bijvoorbeeld doordat regen verdampt voordat hij de grond raakt.

Meer lezen